Behandelingen

In onderstaand overzicht vindt u de verschillende behandelingen die binnen het CAHAL mogelijk zijn.

Hartritmestoornissen komen voor bij 1 op 250 kinderen en in de meeste gevallen is het hart normaal aangelegd. De meest voorkomende hartritmestoornissen zijn AV re-entry tachycardieën die het gevolg zijn van een extra verbinding tussen de boezems en de kamers van het hart. Via deze extra verbinding kan een lekstroom ontstaan van de hartkamers terug naar de boezems, waardoor de elektrische impuls in cirkels blijft rondgaan en de hartslag plotseling verdubbelt. Dit komt onder meer voor bij het WPW-syndroom.  De hartritmestoornissen komen vaak voor in de maanden rond de geboorte en vervolgens in de periode rond de puberteit. Bij oudere kinderen komen ook AV nodale re-entry tachycardieën frequent voor. Boezem- en kamerritmestoornissen zijn zeldzamer bij kinderen met een normale aanleg van het hart. Hartritmestoornissen bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen, als complicatie van destijds uitgevoerde chirurgische correcties, ontstaan meestal pas later op (jong) volwassen leeftijd.

Pediatrisch ablatieprogramma
Met een katheterablatie kan door verhitting of bevriezing via de tip van een ablatiekatheter de locatie van een ritmestoornis effectief worden uitgeschakeld.  Deze techniek werd aanvankelijk in Nederland met terughoudendheid toegepast bij kinderen vanwege de onervarenheid met deze techniek bij deze leeftijdscategorie en het mogelijke verhoogde risico op complicaties. In het CAHAL (LUMC) hebben we ons ingezet om ablatiebehandelingen ook bij jonge kinderen uit te voeren. Door ervaring en de verfijning van de techniek is de afgelopen 25 jaar een groot pediatrisch ablatieprogramma ontwikkeld voor kinderen uit alle leeftijdsgroepen. Het is zelfs mogelijk, indien dit noodzakelijk is, om zuigelingen veilig en effectief te behandelen. De procedures worden uitgevoerd door een van de twee kinderelektrofysiologen (R.A. Bertels, N.A. Blom) die één team vormen met de volwassen elektrofysiologie. Het succespercentage van katheterablaties bij kinderen ligt boven de 95% en de kans op complicaties zijn zeer gering. Bij de ablatieprocedure wordt gebruik gemaakt van 3-dimensionale mapping systemen. Hiermee kan de elektrische activiteit in een 3-dimensionale afbeelding van het hart worden geprojecteerd en kan de juiste plek voor de ablatie nauwkeurig en (bijna) zonder gebruik van röntgenstraling worden bepaald.   

De ablatiebehandeling
Voor een katheterablatie wordt uw kind een of twee dagen opgenomen op de afdeling. Eventuele medicatie voor hartritmestoornissen wordt drie dagen voor de opname gestaakt, tenzij dit anders met jullie is afgesproken. De procedure vindt plaats onder narcose. Bij oudere kinderen vindt de procedure soms onder lokale verdoving plaats.  

Op de opnamedag wordt uw kind voorbereid voor de ablatie en spreken jullie de physician assistant (PA), de behandelend kindercardioloog, de anesthesist en de medisch pedagogisch zorgverlener. Er wordt een ECG en een bloedafname verricht.

De ablatieprocedure vindt plaats op de hartkatheterisatieafdeling. Als uw kind onder narcose is, worden via de ader in de rechterlies en soms ook de linker lies ‘sheaths’ ingebracht.  Dit zijn holle buisjes met een ventiel waardoor de elektrodekatheters naar het hart worden opgeschoven. Een elektrodekatheter is een slangetje met elektrodes aan de tip dat door de aders naar het hart kan worden opgeschoven. Deze elektrodekatheters worden in de rechterboezem en rechterkamer van het hart geplaatst. Op deze manier kan het prikkelgeleidingssysteem worden doorgemeten, de ritmestoornis worden opgewekt en de oorsprong van de ritmestoornis worden gelokaliseerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van computersignalen. Dit deel van de procedure wordt een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) genoemd. Als blijkt dat de oorsprong van ritmestoornis zich aan de linkerhelft van het hart bevindt, wordt via een punctie (prikje) in het boezemtussenschot (foramen ovale) een katheter in de linkerboezem geplaatst. Voor de optimale veiligheid wordt dit onder echocontrole gedaan. Bij jonge kinderen gebeurt dit via een slokdarmecho, bij oudere kinderen via een echokatheter die via de linker lies wordt geplaatst.   

Wanneer de locatie van de ritmestoornis is gevonden, wordt de tip van een stuurbare ablatiekatheter tegen de hartspier aangelegd. Door verhitting of bevriezing via de tip van de katheter (ablatie) wordt een littekentje gevormd waardoor de oorsprong van de ritmestoornis effectief wordt uitgeschakeld. Na een succesvolle ablatie wordt een half uur gewacht om zeker te zijn dat de ritmestoornis wegblijft. Gemiddeld duurt de gehele behandeling, inclusief de in- en uitleiding van de narcose drie uur.  Bij aanvang van de procedure wordt een bloedverdunner (heparine) via het infuus gegeven en na afloop van de procedure wordt een langwerkende bloedverdunner (fraxiparine) onder de huid toegediend.

Na de behandeling wordt de lies lokaal verdoofd en de sheaths en katheters worden uit de lies verwijderd. Er wordt een drukverband of een ‘safeguard’ in de lies geplaatst. Een safeguard is een pleister met een ballonnetje dat wordt opgeblazen en als een drukverband functioneert. Vier uur later wordt op de afdeling de lucht uit het ballonnetje gehaald.  Na procedure gaat uw kind naar de verkoever (uitslaapkamer), waar u bij kunt zijn als hij of zij goed wakker is en kort hierna gaat uw kind weer naar de kinderafdeling.  Op de afdeling wordt een ECG en soms een echocardiogram gemaakt. Er wordt gestart met Ascal (lichte bloedverdunner) dat na de procedure gedurende twee tot drie maanden wordt gebruikt. Ontslag uit het ziekenhuis volgt dezelfde avond of de volgende ochtend.  Na drie maanden wordt een controle afspraak gepland op de polikliniek van het LUMC of Amsterdam UMC of van het verwijzend ziekenhuis.

Informatie volgt

De afdeling Verloskunde van het LUMC is een landelijk centrum voor prenatale behandelingen. De vroege opsporing van hartaandoeningen kan ook de mogelijkheid bieden om deze in uitzonderlijke gevallen tijdens de zwangerschap te behandelen en hiermee de ontwikkeling van de hartafwijking voor de geboorte gunstig te beïnvloeden.

Foetale aortaklep- en longslagaderklepstenose
Door een ernstige vernauwing van een aortaklep of de longslagaderklep vroeg in de zwangerschap kan de ontwikkeling van één van de twee hartkamers achterblijven, waardoor een éénkamerhart ontstaat. Ook kan de foetus overlijden ten gevolge van hartfalen.
Met een foetale hartkatheterisatietechniek is het mogelijk om de vernauwde hartklep op te rekken, waardoor de ontwikkeling en de functie van de hartkamer gunstig kan worden beïnvloed. Deze experimentele behandeling wordt enkele malen per jaar in het LUMC uitgevoerd door een team van specialisten bestaande uit verloskundigen, kindercardiologen en echoscopisten. Voor deze techniek wordt het hart van de foetus in de baarmoeder met een naald aangeprikt door de buik van de moeder en via deze naald wordt een ballonkatheter opgevoerd en opgeblazen in de vernauwde hartklep. De ingreep wordt bij een zwangerschapsduur van 20 tot 28 weken uitgevoerd.  De ingreep is geslaagd als de onderontwikkelde hartkamer zich herstelt. Na de geboorte is in de meeste gevallen een grote openhartoperatie of katheterbehandeling noodzakelijk om de hartklepfunctie te herstellen.

Hartritmestoornissen
In de foetale periode kunnen hartritmestoornissen (supraventriculaire tachycardieën) optreden en wanneer deze langdurig aanhouden kan de foetus ten gevolge van hartfalen overlijden. Door de moeder te behandelen met een anti-aritmisch geneesmiddel dat de placenta passeert, kan in de meeste gevallen de ritmestoornis bij de foetus effectief worden behandeld. Echter, bij het falen van deze behandeling kan bij de foetus ook rechtstreeks via een punctie in de navelstreng een anti-aritmisch geneesmiddel worden toegediend.  Deze levensreddende behandelingen werden meerdere keren succesvol uitgevoerd in het LUMC.

Binnen het CAHAL worden hartkatheterisaties bij kinderen (vanaf geboorte tot 18 jaar), door een speciaal team van kindercardiologen (kinderinterventiecardiologen) verricht, op de hartkatheterisatie afdelingen van het LUMC en Amsterdam UMC locatie Meibergdreef.

In nauwe samenwerking met de afdelingen kinder intensive care, neonatologie, cardiologie, thoraxanesthesie en kinderhartchirurgie kunnen in het LUMC 24-uur per dag spoedhartkatheterisaties bij ernstig zieke kinderen worden uitgevoerd. Planbare hartkatheterisaties worden in de regel van tevoren binnen de wekelijkse hartteambespreking besproken en daarna ingepland.

Hartkatheterisaties bij kinderen vinden plaats onder algehele anesthesie. Als het kind in slaap is gebracht door de anesthesioloog, wordt veelal in de lies, via de ader en slagader toegang verkregen tot het hart- en vaatstelsel. Via deze toegang zal de kinderinterventiecardioloog met katheters via de bloedvaten het hart bereiken, om daar het werk te doen.  

Na de hartkatheterisatie wordt de toegang in de lies verwijderd, pijnstilling in de lies gegeven en een drukverband aangelegd. Kinderen gaan vervolgens via de uitslaapkamer (verkoever) terug naar de kindercardiologie afdeling. Op de afdeling moeten de kinderen nog een nacht slapen aan de monitor, een kastje dat o.a. het hartritme, zuurstofspanning en ademhaling continu registreert. Soms moet gestart worden met bepaalde medicijnen, dit hangt af van de soort hartkatheterisatie die is uitgevoerd. De dag na de hartkatheterisatie wordt het drukverband verwijderd. Vaak moet er nog een controle echocardiogram en een röntgenfoto van het hart en de longen worden gemaakt, voor het kind weer naar huis mag.   

Globaal zijn er drie soorten hartkatheterisaties:

1). Diagnostisch hartkatheterisaties
Deze hartkatheterisaties worden verricht om goed en gedetailleerd inzicht te krijgen in de bouw (anatomie) en de werking van het hart (hemodynamiek). Tijdens deze procedure worden vaak het hart en de bloedvaten die van en naar het hart lopen in beeld gebracht. Daarnaast wordt de bloeddruk en zuurstofgehalte met katheters gemeten in de verschillende hartkamers en bloedvaten. De gegevens die tijdens deze procedure worden verkregen worden gebruikt om een goed behandelplan voor de hartaandoening van een kind te kunnen maken.

2). Interventionele hartkatheterisaties
Tijdens deze hartkatheterisaties wordt, zoals de naam al doet vermoeden, een interventie/ behandeling verricht van een hartaandoening. Deze behandelingen kunnen in sommige gevallen een hartoperatie of een re-operatie vervangen, of de patiënt in een betere uitgangssituatie voor een geplande operatie brengen.  Er zijn vele behandelingen met een hartkatheterisatie mogelijk, deze worden aangeboden binnen het CAHAL:

  • Rashkind ballonatrioseptostomie
  • Ballondilatatie van pulmonalisklep en –pulmonaal arteriën
  • Ballondilatatie van aortaklep en aortaboogobstructie bij (re-)coarctatio aortae
  • Stentimplantatie in vernauwde pulmonaal- en systeemarteriën
  • Stentimplantatie in de ductus arteriosus vooral in het kader van hybride behandelingen
  • Heropenen of sluiten van shunts en andere verbindingen tussen bloedvaten
  • Sluiten van atriumseptumdefecten en
  • Sluiten van een fenestratie in de Fontantunnel
  • Sluiten van een persisterende ductus arteriosus met verschillende technieken
  • Sluiten van ventrikelseptumdefecten
  • RF-perforatie van de pulmonalisklep
  • Percutane pulmonalisklepvervanging

3). Hybride procedures
Een innovatie van de laatste jaren zijn de zogenaamde “hybride ingrepen” waarbij de kinderinterventiecardioloog en kinderhartchirurg samen of vlak achter elkaar een ingreep bij dezelfde patiënt uitvoeren. De toegang tot het hart is hier vaak via de open chirurgische wond, waardoor problemen door kleine (slag-)aders vermeden kunnen worden. Hybride ingrepen vinden afhankelijk van de aard van de ingreep plaats op de hybride hartkatheterisatiekamer of operatiekamer van het cardiovasculair interventie centrum (CVIC) van het LUMC.

De voorbereiding van kinderen op een hartkatheterisatie is belangrijk. Naast de kinderinterventiecardiologen, kinderanesthesiologen, zaalartsen en verpleegkundigen hebben de medisch pedagogisch zorgverleners een belangrijke rol.

Informatie volgt

Informatie volgt

Informatie volgt

Informatie volgt