Verhalen van patiënten

  • Geboren en direct geopereerd

    Alles zag er nog goed uit tijdens het eerste gedeelte van de twintigwekenecho. Het was een vrijdag in november 2017. De sfeer was ontspannen, Lotte en Alex kletsten wat met de echoscopiste van hun verloskundig centrum in Haarlem. Maar ze werd gaandeweg tijdens de echo stiller. “Ze bleef lang bij het hart hangen”, vertelt Alex. En Lotte merkte op: “U bent nu wel erg stil”. De echoscopiste keek nog eens goed en zei: “Er is iets niet goed met het hartje, maar ik kan jullie hier geen duidelijkheid over geven.”

    Lotte en Alex werden doorverwezen naar het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Daar werd opnieuw een echo gemaakt en de artsen bevstigden dat het er slecht uitzag. Ze zeiden: “Jullie moeten heel goed nadenken of jullie met deze zwangerschap door willen gaan.”

    Lees het complete verhaal op Issuu.com

  • Kon ik ‘ja’ zeggen tegen een hartoperatie waarover nog zo weinig bekend was?

    Toen een gevaarlijke verwijding van haar aorta aan het licht kwam, wachtte wetenschapsjournalist Gemma Venhuizen een openhartoperatie. Of ze kon kiezen voor het onconventionele idee van een Britse ingenieur die de aorta als een regenpijp wilde inpakken.

    Eind november vorig jaar lag Gemma urenlang onder narcose in het Amsterdam UMC voor een hartoperatie die mogelijk haar leven zou redden: de PEARS. Een medisch vernieuwende ingreep aan de aorta die wereldwijd bij nog geen duizend mensen was uitgevoerd – zij was patiënt nummer 935.
    Dave Koolbergen, congenitaal cardiothoracaal chirurg werkzaam bij CAHAL, voerde de ingreep bij haar uit. Daarover schreef zij een artikel in het NRC en verscheen over haar ervaring een podcast.

    Het artikel lees je hier

    De podcast beluister je hier

  • Op top niveau fietsen

    Een aangeboren hartaandoening weerhoudt Job er niet van op top niveau te fietsen
    Ik ben Job, 26 jaar oud. Sinds kort woonachtig in Alkmaar met mijn vriendin en werk als procestechnoloog in Oostzaan. Gelukkig ben ik er nog, maar eigenlijk zou ik als de ene helft van een eeneiige tweeling het bij de geboorte niet halen. Gelukkig was er zorg. Na vier maanden in de couveuse (ik was te vroeg geboren) ben ik een paar dagen thuis geweest bij mijn tweelingbroer, broer, zus en ouders. Daarna was het vroegere AMC voor een lange tijd mijn thuis.

    Terug in de tijd
    Met zeven maanden oud onderging ik mijn eerste hartoperatie: Ventrikel septum defect (VSD) nieuwe hartklep en een hart long verbinding werd gemaakt. Helaas verliep deze operatie niet precies zoals de artsen hadden verwacht en werd ik tot twee keer toe opnieuw aan de hart-longmachine gekoppeld omdat mijn bloedsomloop niet op gang kwam. Twee weken later kreeg ik een hersenoperatie waarbij drains geplaatst werden die ik tot op heden nog heb. In de jaren die volgden heb ik meerdere hersenoperaties gehad, ben ik vijf keer gedotterd, onderging ik in totaal nog drie openhartoperaties, kreeg ik helaas endocarditis en de daarbij horende complicaties.

    De maatschappij is hard maar ook ik doe er toe!
    Mijn ouders, broers, zus en familie namen met z’n allen een stelling; Job mag net als alle andere kinderen alles doen wat andere leeftijdsgenoten ook mogen. We maken geen kasplantje van hem, dan leeft hij maar een dag korter. Het klinkt hard, maar het heeft me wel gevormd tot wie ik nu ben en wil zijn. Zo weinig mogelijk grenzen en meedoen, daar waar het kan.

    De uitdaging is de maatschappij waar je naar mijn gevoel als aangeboren hartpatiënt veel meer tegen moet vechten. Dit begint al op de lagere school met het geroddel van kinderen en ouders. Het omkleden bij de gymles (pesterijen, roddelen achter je rug om) of dat je weer in een rolstoel zit na bepaalde ingrepen. Steeds weer dezelfde soort vragen werden gesteld aan mijn ouders: mag Job meedoen aan de gymles, zwemles, sportverenigingen; wie draagt de verantwoording als er iets met Job gebeurt? Wie moeten we bellen, etc.
    Gelukkig werd ik uiteindelijk geaccepteerd als keeper bij de hockeyvereniging waar mijn broers en zus ook op zaten. Ik werd zelfs jaren keeper van het eerste team tot mijn 18de.

    Nadat ik daarmee stopte ben ik mijn passie gaan volgen. Ik ben mij gaan interesseren voor het wedstrijdfietsen; van wielrennen tot mountainbiken en strandfietsen. Dit heb ik een poosje op hoog niveau gedaan. Inmiddels is de passie voor fietsen uitgebreid naar jaarlijkse bikepacking vakanties, sponsorevenementen voor de Hartstichting en Hart4Onderzoek. Ook geef ik training aan junioren en dames.

    Bezig bijtje met persoonlijke uitdagingen
    In mijn werkende leven heb ik verschillende functies gehad. Ik heb de opleiding tot Banketbakker/ Patissier gevolgd en heb een aantal jaar in die branche gewerkt. Daarna ben ik als Operator levensmiddelen aan de slag gegaan en voor mijn gevoel zit ik nu op mijn plek als Proces improvement lead binnen ditzelfde bedrijf.
    Ik heb het idee dat ik door mijn hartaandoening vaak heb moeten wisselen van baan doordat er teveel druk en stress op mijn schouder lag. Dat zich uiteindelijk weer uitte in gezondheidsproblemen (hoofdpijn, oedeem, slapeloosheid).

    Ik voel mij op mijn plek. Maar het onbehagelijke gevoel wanneer collega’s mij aankijken als ze het litteken op mijn borst zien, zal niet verdwijen. Ik trek dan maar snel het shirt over mijn hoofd en loop de kleedkamer uit.

    Naast alles wat ik heb meegemaakt kan ik niet stilzitten. Ik ben ambassadeur en zet mij als vrijwilliger in voor stichting Hart4onderzoek, waarvoor ik vorig en ook dit jaar naar Parijs en Berlijn heb gefietst om geld op te halen. Dit alles uiteraard gesteund door mijn familie en vrienden. Ik hoop dit nog heel wat jaartjes in goede conditie te kunnen blijven voortzetten.

  • Wie vertelt mijn verhaal door?

    Het verhaal van Ellie Vollebregt-Vermeer
    Het weekend voordat Ellie kwam te overlijden, zei ze tegen een vriendin: “Wie vertelt mijn verhaal door? Ik heb geen kinderen om mij te herinneren. Wie vertelt wat ik heb meegemaakt?” Des te belangrijker om de bijzondere levensloop van Ellie door te vertellen. En te benadrukken dat zij ondanks de vele medische tegenslagen alles uit het leven heeft gehaald.

    Ellie had een aangeboren hartafwijking en heeft in haar 38 jaar veel meegemaakt en veel ziekenhuizen bezocht. Na haar overlijden kwamen tijdens het opruimen van haar spullen medische rapporten uit haar kindertijd tevoorschijn. Uit een van die rapporten blijkt dat Ellie al op driejarige leeftijd de volgende diagnose kreeg: hersenabces met mogelijk endocarditis embolieën.

    In haar volwassen leven is Ellie nog twee keer opgenomen met endocarditis. In 2012, een strijd die ze toen heeft gewonnen. In 2022 heeft ze na een zeer kort ziekbed de ziekte niet kunnen overwinnen. Hoewel Ellie veel aandacht had voor haar risico, liet ze zich er niet door tegenhouden. Ze had ook zeker aandacht voor leven en haalde alles eruit wat erin zat.

    Stichting Pace Makers
    De stichting is in 2022 opgericht ter nagedachtenis aan Ellie Vollebregt-Vermeer, op initiatief van haar jongere broer, Tim Vermeer. Stichting Pace Makers is dé tempomaker en verbinder in het onderzoek naar endocarditis, de kennisdeling van informatie over endocarditis en de bewustwording onder de risicogroepen.

    Aandacht voor endocarditis
    Het doel van de stichting is tweeledig. Ellie is overleden aan endocarditis, kort gezegd een infectie aan het hart. De stichting zet zich dan ook in voor aandacht voor deze ziekte. Het a-typische ziektebeeld zorgt ervoor dat er niet snel aan endocarditis wordt gedacht. En hoewel het een zeldzame ziekte is, kan zij snel ernstige schade aanrichten wanneer je er niet op tijd bij bent. Op de website van de stichting kan een risicokaartje worden aangevraagd. Op dit kaartje staan de symptomen en is er ruimte voor de contactgegevens van huisarts en behandelend specialist. Endocarditis betekent echter niet het einde en vanuit die gedachte richt de stichting zich ook op een tweede doel.

    Aandacht voor leven
    Het tweede doel is aandacht voor leven. Leven in het algemeen en specifieker nog het leven van Ellie. Eind 2022 publiceerde het Algemeen Dagblad een verkorte versie van het verhaal van Ellie. Hier zijn veel reacties op gekomen en er is dan ook besloten om het verhaal in boekvorm uit te brengen. Om dit waar te kunnen maken, wordt een crowdfunding opgestart. De opbrengsten van de verkoop van het boek komen geheel ten gunste van de stichting en zullen worden gebruikt om verder onderzoek naar endocarditis te financieren.

    Over de organisatie
    Stichting Pace Makers is een non-profit organisatie. Ze staat voor het delen van informatie, ervaringen en het informeren van risicogroepen. Hierbij werkt de stichting zoveel mogelijk samen met andere stichtingen, patiëntenverenigingen en medisch-specialisten. Ze is volledig afhankelijk van giften van particulieren en bedrijven, en de inzet van vrijwilligers.

    De verklaring van de naam Pace Makers is – net als het doel – tweeledig. Zo verwijst de naam naar een pacemaker: een apparaat dat ervoor zorgt dat het hart in het juiste ritme blijft kloppen. Vanwege haar aangeboren hartafwijking had Ellie al vanaf haar zevende een pacemaker. Daarnaast verwijst de naam naar de Engelse uitdrukking ‘make pace’, of te wel: tempo maken. En is Stichting Pace Makers dé tempomaker in het herkennen van het ziektebeeld endocarditis.

    En dan is er de vlinder in het logo. Vlinders stonden voor Ellie symbool voor mensen die zijn overleden. Bij het zien van een witte vlinder zei zij altijd: “Kijk, daar vliegt …” De blik van de vlinder in het logo is dan ook naar beneden gericht: wakend over de mensen. De kleur is echter niet wit, wit doet Ellie geen recht. Voor het logo is magenta gekozen. Een kleur net zo sprankelend als Ellie zelf en de kleur van de jurk die haar zelfs nog meer deed stralen.

    Voor meer informatie over Stichting Pace Makers: www.stichtingpacemakers.nl.

  • Ik voel mij geen patiënt

    Over mijn zorg als aangeboren hartpatiënt schrijven vind ik een uitdaging. Ik voel me namelijk helemaal geen patiënt. Laat dat ‘voelen’ nou net zijn waar het om draait….

    Vanaf mijn geboorte, nu 37 jaar geleden, sta ik onder controle. Er werd een hartruisje gehoord en via het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag kwam ik in het CAHAL, locatie Leiden. Op mijn tweede onderging ik een ballondilatatie aan de aortaklep. Ik herstelde goed.

    Ik hoefde als kind geen rekening te houden met mijn hartaandoening en ik barste van de energie. Ik kon goed meekomen op school en ‘gewoon’ meedoen aan de gymlessen.

    Jaarlijkse controle
    Voor mijn jaarlijkse controle kwam ik bij Dr. Benitez, hij was mijn kindercardioloog in Leiden. Op mijn 10e ging ik wat achteruit in conditie en werd besloten een grotere operatie uit te voeren. De Ross operatie was voor mij de aangewezen methode om mijn kwaliteit van leven op peil te houden. Geen pillen, geen andere therapieën. Ik herstelde en kon opnieuw mijn leven indelen zoals ik wilde. Zonder gedoe, zonder complicaties en beperkingen. Op mijn 18e volgde nog een herstel aan de aorta vertakking in mijn lies die per abuis geraakt was tijdens de ballondilatatie.

    Impact van ziek zijn
    Ik heb mij nooit beperkt gevoeld, maar ben wel degelijk gevormd door mijn traject in het ziekenhuis. Je leert jezelf als kind en als volwassene in rap tempo kennen. Je leert wat belangrijk voor je is.
    Ik maak me zelden druk om zaken wanneer andere mensen dat wel doen, zonder onverschillig te zijn. Het maakt mij veerkrachtig. Dit ervaar ik als de positieve kant van dit levenspad. Dat koester ik, evenals de bijzonder mooie en ontzettend sterke band met mijn ouders. De liefde voor de motor delen mijn vader en ik bijvoorbeeld en kunst met mijn moeder.

    Motoren en passie voor de hartzorg
    De artsen, hartchirurgen, anesthesisten, (kinder-)cardiologen, onderzoekers, verpleegkundigen en andere paramedici hebben ervoor gezorgd dat ik mij fysiek en mentaal geen patiënt hoef te voelen. Mede door hun kennis, kunde en tomeloze inzet ben ik in staat om uit het leven te halen wat ik voor ogen heb. Ik besef maar al te goed dat dat niet mag ontbreken in dit verhaal: deze “engelen” die 24 uur per dag op de afdeling klaarstaan voor wie hen nodig heeft.

    Prof. Dr. Mark Hazekamp heeft er ook voor mij voor gezorgd dat mijn kwaliteit van leven tot nu toe vergelijkbaar is met iemand die geen hartprobleem heeft. Hierdoor kan ik mijn levensvreugde uitdrukken door bijvoorbeeld op verschillende circuits aan motorracen te doen, of op mijn motorfiets samen met mijn vader door zo veel mogelijk landen te crossen. Dat maakt mij bewust van je kwetsbaarheid als rijder in het dagelijks verkeer en het belang van jezelf laten registreren in het Donorregister. Daarnaast zie ik het belang van zorg en onderzoek naar aangeboren hart- en vaatziekten.

    Zo had ik afgelopen zomer de intentie om voor de Hartstichting op het circuit van Assen een race te rijden. Met deze actie heb ik meer dan 10.000 euro opgehaald.
    Mega balen dat mijn motor direct al na de start zichzelf opblies en ik “alleen nog maar” mijn verhaal kon delen met alle aanwezigen. Ondanks deze bittere pil gaf het een kick om mijn verhaal in te kunnen zetten om mede hartpatiënten en hun familie te inspireren: hoe je ook geboren bent, je kunt op je eigen niveau meedoen en telt dus mee. Je kunt iets doen dat van betekenis is en waarmee je de omgeving inspireert!

    Voelen
    Ik kom nog steeds op de jaarlijks controles en heb een re-operatie in het verschiet. Wat ik daarvan vind of wat ik daarbij voel, vind ik maar lastig te verwoorden. Dit mag voor mij de pret niet drukken om alles uit het leven te halen wat erin zit. Ik heb vertrouwen in de toekomst.

    Ik zie ik mijzelf niet als hartpatiënt, maar als succesverhaal van het CAHAL.

    Lees hier het nieuwsbericht op de CAHAL website over Kevin zijn actie.

  • Loeys Dietz, elke dag een kunstinjectie

    Fotograaf: Gerritjan Huinink.
    Kunstwerk: ‘Cacteeën en hun verwanten’ van Sjoerd Buisman. Collectie Amsterdam UMC, locatie AMC.

     

    Kunst als coping mechanisme
    Wanneer mijn partner (de architect) in het Amsterdam UMC gediagnosticeerd wordt met een zeldzame bindweefselaandoening en acuut een openhartoperatie moet ondergaan, wordt kunst ons coping mechanism.
    Begeleid door de scherpe beat van zijn telemetriekastje dwalen we door de gangen van het AMC op zoek naar inspirerende werken. Op zoek naar een andere realiteit.
    De kunstwerken triggeren herinneringen, vragen en emoties en ik begin te schrijven aan contemplaties over kunst, waarneming en de kloof tussen jezelf en de werkelijkheid. Zodoende geef ik woorden aan de rollercoaster van gedachten en emoties tijdens diagnose, operaties en herstel.

    Zo ontstond het crossover kunstproject NINA+AMC ART. Een hyperrealistische kunsttour bestaande uit het kunstboek Loeys Dietz, elke dag een kunstinjectie, een ingesproken audiotour en een expositie in de Brummelkamp Galerie in het Amsterdam UMC, locatie AMC 7 april – 31 mei 2022.

    Het kunstboek bundelt 30 kunstwerken met bijbehorende contemplaties en bevat een katern met bijdragen van de behandelend medisch specialisten; ontdekker van het Loeys Dietz syndroom, klinisch geneticus Bart Loeys, klinisch geneticus Marieke Baars, Congenitaal Thoracaal Chirurg Dave Koolbergen en sportcardioloog Harald Jorstad.

    Bekendheid genereren voor Loeys Dietz Syndroom
    Met dit persoonlijke project ambieer ik niet alleen meer bekendheid te genereren voor het zeldzame Loeys Dietz syndroom, het viert ook het belang en de kracht van kunst in onze maatschappij. De kunstwerken zijn namelijk van groot belang geweest tijdens het ziekteverloop van mijn partner. Ze hadden een directe impact op de manier waarop ik omging met de situatie.

    Na de diagnose, door klinisch geneticus Marieke Baars, zagen we het werk White van Scarlett Hooft Graafland. Het deed ons beiden stilstaan en we werden meteen weggetrokken uit de negatieve emotie waarin we ons bevonden. Het kunstwerk gaf ons een vergezicht. Die avond ben ik gaan schrijven en zo ontstond wat nu het eerste hoofdstuk is geworden in het boek: de proloog.

    Vooral in het begin, na de diagnose, heb ik sommige periodes in een soort roes geschreven. De kunst en het schrijven gaf me een soort grip op de realiteit. Je verwacht niet dat je partner iets mankeert, zo’n diagnose voelt dan toch een beetje alsof de grond onder je verdwijnt. Ik ging extra goed om me heen kijken. Het leek wel alsof ik opzoek was naar een waarheid.

    Je leert in zo’n periode sowieso heel veel. Over de behandeling bijvoorbeeld. Ik weet nog goed hoe dankbaar ik was dat Dave Koolbergen, de chirurg, er was. Dat iemand heeft gestudeerd en daardoor weet hoe hij een borstkas moet openzagen met een cirkelzaag, het hart aan een hart longmachine kan koppelen, het hart kan stilleggen, de aortawortel eruit kan halen, een stent erin kan zetten, een hartklep in een stent kan vastnaaien. Je bent daar zó dankbaar voor, dat iemand dat allemaal kan.
    Door die afhankelijkheid voelt alles veel intenser. Daardoor herinner je ook de positieve ervaringen scherper. Alle leuke momenten die we al gehad hadden, daar ging ik in mijn hoofd steeds weer naar terug. En die schreef ik ook op.

    Persoonlijke inkijk in de rollercoaster na diagnose
    In eerst instantie wist ik niet dat ik een kunstboek had geschreven. Maar toen het, na een jaar, beter ging met mijn partner, besefte ik me, op onze huwelijksreis in Sicilië, dat ik het laatste verhaal had geschreven, geïnspireerd op een werk van Jan Schoonhoven uit de Collectie van het Amsterdam UMC, locatie AMC. Ik voelde dat het verhaal af was, het emotionele jaar kon worden afgesloten.

    Toen ik mijn eigen teksten terug las, realiseerde ik me pas dat ik een zeer persoonlijke inkijk had geschreven in de rollercoaster waarin je terechtkomt na een slechte diagnose. Een rollercoaster waar veel mensen zich in zullen herkennen. Het zijn universele vraagstukken waar je mee te maken krijgt als je in het ziekenhuis terecht komt.

    Want hoe verandert je leven na een slechte diagnose? Wat gaat er door je heen op een intensive care? Maar ook relationeel; wanneer kan mijn partner best zelf weer de kaasschaaf uit de la pakken?

    Loeys Dietz, elke dag een kunstinjectie is een kunstboek geworden over ziekte, kunst, zingeving en liefde.

     

    Meer informatie over het boek, inclusief audiotour leest u op mijn website www.ninaplus.nl

    Nina Goedegebure

  • Met een Apgar-score van 10-10-9 geen reden voor ongerustheid zou je zeggen....

    De zwangerschap van Ralph was super gewenst, al heb ik zo’n vijf maanden gespuugd in alles wat voorhanden was tussen huis en mijn werk. Mijn collega’s stonden mij dagelijks op te wachten met een glas koud water dat ik vervolgens weer loosde. Terugkoppeling op de extra echo’s en onderzoeken n.a.v. die misselijkheid was steeds: “de baby groeit goed, niets aan de hand”. Nou dan maar even uitzitten, dacht ik. Alles voor de baby.

    Met een Apgar-score van 10-10-9 geen reden voor ongerustheid zou je zeggen
    Ralph heeft ons uiteindelijk 14 dagen langer laten wachten. Op zondag 30 januari 2000 is hij thuis geboren. Een prachtige baby van ruim 8 pond en een koppie met haar waar menig senior jaloers op zou zijn. Met een Apgar-score van 10-10-9 geen reden voor ongerustheid zou je zeggen.
    Na twee dagen genieten zagen wij een “eilandje” op zijn borst ontstaan op de plek van het hart. Ook bleek Ralph deze dag zo goed als niets meer te drinken. Dit was voor ons reden om de verloskundige te bellen. Na de verloskundige kwam de huisarts en die verwees ons direct naar het streekziekenhuis. Daar aangekomen kwam al snel de melding dat Ralph een hartprobleem zou hebben en hij direct naar het voormalig AMC zou moeten want het streekziekenhuis was hiervoor niet uitgerust, ofwel ze konden geen diagnose geven. We gingen met de ambulance naar het Amsterdamse ziekenhuis.

    Op zijn elfde levensdag geopereerd
    Daar aangekomen is Ralph direct onderzocht, dat duurde ellendig lang. Aan het einde van de dag na alle onderzoeken zijn wij door een cardioloog in opleiding geïnformeerd over de diagnose in een kamertje waar de muren op je afkwamen. De diagnose luidde: Ralph was geboren met een Hypoplastisch Linker Hart Syndroom (HLHS).
    Een reeks van operaties werd uitgelegd, maar daarna is er vooral gesproken over palliatieve behandeling en voorbereiding op uitvaart. Het gevoel dat door je heengaat is nog altijd heel duidelijk te beschrijven. Zo ben je voor het eerst ouders, intens gelukkig met je ogenschijnlijk gezonde baby en na een paar dagen word je letterlijk van je wolk afgeschopt met de mededeling dat er voor jouw baby geen toekomst is.

    Vanuit deze situatie is papa Arno naar ons huis gereden en is op internet gaan zoeken. Als snel zag hij dat het buitenland wel de reeks aan operaties uitvoeren. Met dit bericht en de adressen van buitenlandse ziekenhuizen onder de arm kwam hij terug naar het ziekenhuis. Na een kort gesprek hebben we samen het hoofd van de IC in de nacht gevraagd Ralph te gaan voorbereiden op vertrek naar het buitenland. Voor transport moet hij worden geïntubeerd en voorzien van het medicijn prostin. Voor ons was duidelijk dat wij deze kans wilden grijpen, we vonden dat we verplicht waren het te proberen. En als het antwoord in het buitenland lag, dan was dat de koers. We gaan naar het buitenland vliegen………….…. Of toch niet?

    Het hoofd van de IC bleek na de voorbereidingen contact te hebben opgenomen met Prof. dr. Hazekamp, een congenitaal cardiothoracaal chirurg uit het LUMC, en hij stond positief tegenover de reeks operaties. Hazekamp en Schoof hebben uiteindelijk Ralph in het LUMC op zijn 11e geboortedag geopereerd (Norwood). De weken erna waren spannend en zwaar maar op 19 maart 2000 mochten wij Ralph mee naar huis nemen op voorwaarde dat hij wekelijks op controle zou blijven in het LUMC bij Drs. Rijlaarsdam, kindercardioloog.

    Excel sheet dient perfect als vocht inname lijst
    Volgens plan is Ralph opnieuw geopereerd in mei 2000 (Glenn). Ook deze operatie in het LUMC was weer spannend. Na een lang verblijf in het ziekenhuis mochten wij opnieuw naar huis met een lading aan medicijnen en receptuur voor speciale melk. Om voor onszelf het overzicht te houden (overdag ben je nog wel fris, maar in de nacht medicijnen geven is een dingetje) hebben we heel simpel een dagelijkse Excel sheet bijgehouden met A) wat gaat erin qua melk, B) medicijnen opsomming en afvinken wanneer gegeven en C) wat wordt er uit geplast, dus het wegen van de luiers. Vooral voor ouders die slecht tegen nachtelijke onderbrekingen bestand zijn, is dit dé oplossing!

    Dit bleek ook goed te werken voor onze ouders die het gelukkig aandurfden om een paar dagen in de week op te passen terwijl wij weer aan het werk gingen. Voor hen is het ook zeker niet eenvoudig geweest om hun kleinkind van medicijnen te voorzien, daarnaast… hij mocht niet huilen, in ieder geval niet te lang. Ook was het belangrijk dat Ralph niets zou oplopen aan virussen etc. We hebben menig bezoek met een verkoudheid voor de deur laten staan. Jammer dan, met ons sociale leven is het weer goed gekomen hoor.

    Moeilijk om onze “ogenschijnlijk” gezonde zoon weer te laten opereren
    De controles gingen van wekelijks naar maandelijks en uiteindelijk moest die laatste Fontan operatie dan toch echt gebeuren toen hij vier jaar was. Op dat moment hadden wij een gezellige kleuter die voor onze beeldvorming veel kon en deed. We vonden het moeilijk om onze “ogenschijnlijk” actieve zoon weer te laten opereren. Op de dag van opname sprong hij van bed naar bed en schaterde van het lachen. Met een fijngeknepen maag hebben we hem naar de OK verdieping gereden. Mijn man liep het laatste stukje met hem mee (er mocht maar één ouder meelopen) en dat is denk ik één van Arno’s traumatische ervaringen. We realiseerden ons heel goed dat het fout kon gaan tijdens deze risicovolle operatie. Gelukkig is ook deze operatie uiteindelijk goed gekomen. Ralph zijn saturatie niveau steeg naar boven de 96%.

    Ook na de Fontan operatie is er intensief contact geweest met het team van de Kindercardiologie in het LUMC onder leiding van Prof. Blom. Van wekelijks gingen onze afspraken naar maandelijks en uiteindelijk naar halfjaarlijks.

    Ik kijk met waardering terug op hun professionele kennis en kunde maar ook op hun capaciteit om te luisteren naar ouders. Toen Ralph vijf jaar was heb ik in overleg met Drs. Rijlaarsdam en het team de medicijnen van Ralph afgebouwd. Iets wat zij eerst niet zag zitten. Maar wat een Koningin was ze dat ze toch voor mijn argumenten open stond en mij ging steunen (onder haar condities waar ik natuurlijk graag aan meewerkte).

    Sinds die tijd slikt Ralph een medicijn. Omdat het zo goed ging met Ralph kwam toch ook het verlangen naar een 2e kindje. Ik werd zwanger! Toen ik 19 weken zwanger was stelde Drs. Rijlaarsdam voor om de echo in het LUMC te laten plaatsvinden, gewoon om e.e.a. uit te sluiten. Dan kon zij meekijken naar het hartje van de ongeboren baby. Tijdens de echo bleek dat de baby een normaal hartje had ontwikkeld en ook konden we zien dat het een meisje zou worden. Vanaf die tijd kon ik echt genieten van de zwangerschap! Ophélie is in september 2005 gezond en thuis geboren.

    Na het pensioen van Drs. Rijlaarsdam is Ralph zijn zorg overgegaan van Leiden naar Amsterdam, wat op korte afstand zit van ons huis. Het LUMC en Amsterdam UMC werken al 25 jaar samen onder de naam CAHAL. Deze overgang voelde niet als ergens anders opnieuw beginnen, omdat dezelfde zorgverleners betrokken bleven.

    Hoe is het nu met Ralph?
    Ralph zorgt ervoor dat hij veel wandelt. Hij werkt parttime bij een museum en studeert in Amsterdam. Een pittige studie die veel van hem vergt maar zoals altijd; Ralph gaat ervoor als hij een doel heeft. Hij wil alles tegelijk. Daar zit ook het enige zorgpunt, de energiebalans. Ralph wil 200% uit de dag halen, al zijn hele leven lang. Omdat je aan Ralph zijn uiterlijk niets ziet en hij verbaal sterk is, ontbreekt het nog wel eens aan begrip als hij meer pauzes neemt dan standaard. Deze pauzes heeft hij nodig om zijn concentratie weer te upgraden.

    Voor de rest heeft hij het reizen ontdekt (met en zonder vrienden) en is druk bezig met zijn eigen dierentuin van reptielen waaronder een slang, Blauwtong Skinken, Luipaard gekko’s en zelf gekweekte bijzondere (blauwe) Baardagamen. Hij heeft aan zus Ophélie een goede fotograaf en assistent.

    Als ik terugkijk op hoe Ralph zich van baby naar een enthousiaste man van 1.92m heeft ontwikkeld dan kan ik niet anders zeggen dan dat het absoluut waard was om hem te helpen ontwikkelen naar wie hij nu is. Een super leuke sociale kerel met heel veel ambities en brede toekomst! Ik ben benieuwd naar de ontwikkelingen voor de volgende 22 jaar .

     

    Dominique Klop van Rosmalen, moeder van Ralph

  • Identiteit

    Als hartpatiënt voel ik me trots maar ook onzeker. Terwijl dat laatste helemaal niet hoeft. Ik kies ervoor mijn ervaringen te delen over mijn identiteit als hartpatiënt.

    Toen ik zeven jaar oud was, zag ik mijn vader plotseling instorten tijdens onze vakantie op het strand. Mijn vader was toen 34 jaar en overleed een aantal uren later aan een dissectie van de aorta.

    Kort na dat moment is mijn kennismaking met het voormalig AMC begonnen, omdat ik toch wat symptomen bleek te hebben die konden passen bij het syndroom van Marfan.
    Al zag ik er aan de buitenkant uit als een volle Hollandse meid, het was noodzakelijk om structureel gezien te worden. Ik had een bicuspide klep en een licht verwijde aorta, en ja op wat typerende plekken striae… Ik voelde me geen hartpatiënt. Dat uitje naar Amsterdam met mijn moeder was eigenlijk vooral het hoogtepunt van die dag.

    Meerdere jaren verstreken, en met af en toe een minimale ingreep of ziekbed, zag ik mijzelf ondanks atypische klachten niet als hartpatiënt. Wel voelde ik ieder jaar die spanning, ‘het zal toch wel weer goed zijn’, ‘er zal mij toch niets gebeuren?’

    Ik was 21 jaar, maar had nog steeds geen diagnose. Omwille van de atypische klachten vonden wel meer onderzoeken plaats. In 2006 wees de MRI scan uit dat er een verwijd ruggenmergvlies te zien was. Vanaf dat moment werd er gedacht aan een bindweefsel aandoening. Een jaar later kreeg ik op mijn 23e de diagnose Marfan. Dit werd vlot na de scan vastgesteld vanwege de drie nu onmiskenbare criteria (verwijd ruggenmergvlies, bicuspide klep en verwijde aorta).

    Het Marfan syndroom is een aangeboren en erfelijke ongeneeslijke aandoening van het bindweefsel. Bindweefsel komt op veel plaatsen in het lichaam voor zoals het skelet, ogen, hart en bloedvaten.

    Ik ben samen met mijn moeder zeer verdrietig en geschrokken naar huis gegaan. Ik was in shock van wat mij verteld was. Ik heb kort daarop een second opinion laten doen in het LUMC, mede omdat ik de stempel Marfan nogal definitief vond. Wat we zeker wisten, was dat ik voldeed aan de criteria. Konden we de naam van de aandoening (of liever gezegd de aandoening) mogelijk milder maken op papier, want wat betekende dit voor mijn toekomst?

    Het LUMC diagnosticeerde een aanverwante bindweefselaandoening van Marfan. Ik heb dus twee verschillende diagnoses, dat van Marfan en de aanverwante variant maar ik word behandeld als een Marfan patiënt.

    Keuzes en beslissingen
    Langere tijd bleef mijn aorta redelijk stabiel, maar een lichte groeitrend was waarneembaar waardoor bij iedere actie in deze levensfase de bindweefselaandoening een belangrijke rol had in het maken van keuzes en nemen van beslissingen. Nooit heb ik mij willen laten beperken door mijn aandoening. Je komt in een acceptatieproces van ziek zijn. Het maakt je bewust van de keuzes die je moet maken, kwaliteit van leven en gelukkig zijn. Plezier maken, voelen dat je leeft, mogelijkheden zoeken wanneer adviezen somber zijn.

    Ik ben getrouwd met een hele mooie en lieve man, we hebben twee kinderen die tot nu toe geen kenmerken van een bindweefselaandoening hebben. Ik riep na de geboortes van onze kinderen: “Doet mijn aorta het nog?”.

    Diep genesteld in mij zat altijd die angst dat ik plotseling zou overlijden en mijn aorta het begaf. Een angst die alles bepaalde, maar geen belemmering voor mijn mooie leven moest zijn. Want het leven kan zomaar afgelopen zijn, die les had ik al jong geleerd.

    Na het verkopen van ons huis zijn we een tijd met onze kinderen vertrokken naar Canada om daar met elkaar een avontuur aan te gaan. Dit was mede mogelijk omdat in het ziekenhuis in de buurt van ons toenmalige woonhuis in Montréal een Marfan specialist bereid was mij als patiënt te controleren.

    Het is zover….
    Alle opvolgende controles gaven steeds weer een minimale verwijding aan, dus reden voor dankbaarheid en het halen van gebak. Ieder jaar weer feest, het leven gaat door. Tot oktober 2020.
    Ik ging alleen naar de controle, want het was toch altijd goed (enkel iets meer verwijding). Maar nee, de uitslag van deze echo was niet goed. Ik zag het wanneer mijn cardioloog met een gehaast loopje zijn kamer uitkwam, in plaats van mij eerst vrolijk begroeten en me mee te nemen naar zijn spreekruimte waar het eigenlijk altijd gewoonweg even bijkletsen was over de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. De verwijding van mijn aorta was ineens te groot. De CT-scan wees ook uit dat, gezien de familiegeschiedenis, de vooraf bepaalde diametergrens overschreden was en spoedig een hartoperatie zou volgen. Zodrra ik thuiskwam stortte ik in, “ik ben een hartpatiënt” en ik zeg tegen mijn man dat het zover is.

    Vol ongeloof en kotsmisselijk liet ik alles bezinken. Diezelfde avond ging ik op zoek naar mogelijkheden. Mijn cardioloog stelde mij twee operaties voor: de welbekende Bentall operatie waarbij mijn bicuspide klep ook vervangen zou worden, of PEARS (Personalized External Aortic Root Support); een nieuwe revolutionaire vorm van hartoperatie waarbij de aorta door een op maat gemaakte steunkous wordt verstevigd in plaats van vervangen door een kunststof prothese. Ik kon niet meer vinden dan twee artikelen over de PEARS-procedure en een lezing. Maar alles sprak mij aan. Met minder grote risico’s een noodzakelijke operatie. Een einde aan een leven met een tikkende tijdbom, een einde aan de onzekerheid. Ik voelde geen angst maar eigenlijk een gevoel van rust. Dit was voor mij weggelegd. Ik kon kiezen.

    PEARS
    Het was mij snel duidelijk dat ik wilde gaan voor kwaliteit van leven, zoals ik dat terugkijkend op mijn leven tot dan toe, altijd deed. “Ik voel me krachtig, positief en sterk. Ik heb levenslust, ben gelukkig en sta vol in het leven”. Dat moest blijven. Ik ben jong, mijn klep functioneerde prima en door de PEARS methode hoefde ik niet aan de hart-longmachine. Ik zou grip op het leven houden, mijn eigen aderen zouden in tact blijven en als het goed is zou ik na de operatie weer zo snel mogelijk thuis.

    Op 11 januari 2021 nam ik afscheid van mijn man en dat was moeilijk. Gek genoeg voelde ik ook opluchting wanneer ze me kwamen halen voor de operatie. Ik voelde me uitgeput van alle weken spanning en de angst voor de dood. Een spanning die mijn leven beheerst van jongs af aan, maar mij ook heeft geleerd altijd verder te kijken en het leven te leven. Ik voelde een bepaalde vrijheid, en zelfs blijdschap en rust terwijl ik naar de operatiekamer werd gereden.

    Ik doorstond de opname zonder complicaties. Ik herstelde snel, geen seconde wilde ik te lang in dat ziekenhuisbed liggen. Mentaal was ik tot alles in staat. Na zes dagen ziekenhuis kon ik naar huis en proostte ik met mijn gezin met een glas champagne op het leven. Ik was er weer. Ondanks pijn en vermoeidheid voelde ik me ijzersterk en dat zou zo blijven.

    Terugkijkend op mijn leven ervoer ik altijd onzekere momenten, angst om te overlijden en altijd in de overlevingsstrategie. Maar toch maakte dat mijn leven ook tot een groot avontuur, kansen grijpen en genieten. Soms gewoon doen, niets is onmogelijk.

    Het leven is voor mij nog steeds een avontuur. Samen met mijn man en kinderen proberen we dat van een zo hoog mogelijke kwaliteit te laten zijn. Ik blijf me focussen op mogelijkheden, ook wanneer dingen niet meer mogelijk blijken te zijn en dat maakt mij nu een supersterk mens. Ik ervaar meer rust, ik waardeer het leven enorm en geniet met volle teugen van mijn identiteit als hartpatiënt. Het heeft vele deuren voor me geopend.

    Bestuurswerk, kakelende kippen en aandacht voor de patiënt
    Ik ben bestuurslid voor de Contactgroep Marfan Nederland geworden. Ik hoop daarnaast nog vele artikelen en lezingen over mijn levensverhaal te geven en oriënteer mij op een carrièreswitch. Ik hoop anderen te motiveren en stimuleren uitdagingen aan te gaan, te vertrouwen op jezelf en kracht te putten uit de geluksmomenten. Ik geniet van de prachtige natuur, de wind door mijn haren en de zon op mijn gezicht. Ik geniet van onze kakelende kippen in de achtertuin en het eitje dat ik vind in het leghok, van de lik over mijn gezicht van onze grote labrador en van een ruzie tussen mijn kinderen over wie er meer vla in het toetjesschaaltje heeft zitten. Ik geniet van mijn man die onze peren,- en appelboompjes aan het planten is, omdat we samen als we oud zijn onder die boompjes ons middagdutje gaan doen en onze kleinkinderen zien klimmen in de boomgaard. Het leven is mooi.

    Ik pleit voor patiënten participatie en ik deel graag mijn mening over benadering en bejegening van de professional naar de patiënt. Als social worker, maar ook als ervaringsdeskundige vind ik het heel belangrijk te benoemen dat een spoedige genezing een proces is waarbij de balans tussen lichaam en geest een belangrijke rol speelt. Naar mijn mening zou hier meer aandacht voor moeten zijn. Preoperatief, de momenten op de operatie kamer en postoperatief. Zonder adequate zorg op fysiek en mentaal vlak, wordt de patiënt beperkt in het herstel. Alle zorgverleners en de patiënt hebben elkaar nodig, laten we leren van elkaar en elkaar horen en zien.

    Aandacht voor PEARS en streven naar opname in basispakket
    Ik wil meegeven dat de PEARS-procedure aandacht en erkenning verdient. Helaas is deze procedure nog niet opgenomen in het basis verzekeringspakket. Er worden strenge criteria gehanteerd om in aanmerking te mogen komen voor de PEARS procedure. Omdat de procedure nog niet is opgenomen in het basispakket, is het onmogelijk om een goede vergelijking  te kunnen maken tussen reeds lang bekende operaties ten opzichte van de PEARS procedure, omdat deze simpelweg veel minder wordt uitgevoerd. Met als gevolg dat de bekendheid en de succesratio relatief onbekend blijft. Ook in de medische wereld blijft er weerstand bestaan omdat er niet voldoende ‘bewijs’ is voor het succes van deze operatie. Er is dus sprake van een vicieuze cirkel die nodig doorbroken moet worden.

    Vooralsnog zijn de reeds uitgevoerde PEARS operaties goed verlopen en zelfs succesvol uitgevoerd bij tieners en bij een 7-jarige Marfan patiënt. Zolang er geen cijfers zijn, minimale resultaten aanhouden in verhouding tot vele resultaten van welbekende openhartoperaties, krijgt de PEARS-procedure weinig kans zich verder te manifesteren. Het vroegtijdig wegnemen van onzekerheid en kunnen ingrijpen, geen hartlong machine, de eigen aderen blijven intact en er is geen contact van kunststof met de bloedbaan(dus weinig infectiegevaar in de loop der jaren) zou toch van doorslaggevend belang moeten zijn in het kader van de kwaliteit van leven van de patiënt.

    Ik zie dit artikel dan ook als kans om de PEARS procedure bekendheid te geven, maar ook om het syndroom van Marfan en aanverwante aandoeningen onder de aandacht te brengen. Ik hoop voor de toekomst dat lotgenoten, hartpatiënten en andere belanghebbenden deze operatie standaard als optie voorgeschoteld krijgen.

    Ik zie in de spiegel dat ik hartpatiënt ben en voel tevredenheid. Die lange streep van mijn buik tot bovenaan mijn borstkas, dat ben ik. Dat ben ik al die tijd al geweest. Nog sterker dan ooit!

    Ik ben Anne, 39 jaar, hartpatiënt en enorm trots op wie ik ben!

  • Trots en dankbaar dat ik met de hartaandoening de fitste versie van mezelf ben!

    In 1991 werd ik, Jetske, geboren met een te kleine rechter hartkamer.  Al snel kwam ik in een molen terecht van vele ziekenhuisbezoeken en uiteindelijk heb ik voor mijn 5e levensjaar vijf operaties ondergaan. Nog altijd kom ik ieder jaar op controle. Tot mijn 21ste heb ik op een ballet en volleybal les en hier en daar een buikspierkwartiertje in de gym na, niet gesport. Het werd me toentertijd als hartpatiënt ook afgeraden dit te doen.

    Op mijn 21ste trok ik de stoute (hardloop) schoenen aan en begon ik met rennen. Inmiddels ren ik twee keer in de week en doe ik daarnaast vier dagen in de week krachttraining. De afstanden verschillen maar ik ren gemiddeld tussen de 5 en 21 km. Door mijn krachttraining merk ik dat het rennen soepeler gaat en dat motiveert enorm. Inmiddels gebruik ik deze motivatie ook om andere mensen te coachen en ben ik de opleiding tot leefstijlcoach gestart.

    Mijn doel: andere mensen de fitste versie van zichzelf te laten zijn!! Want als ik het kan…

    Bekijk en luister naar het levensverhaal van Jetske via deze video

     

  • Dayenne heeft slechts één werkende hartkamer, waar andere mensen er twee hebben

    Het gaat mij erom dat artsen zich er bewust van worden dat de patiënt niet alleen blij wordt van het technisch verhelpen van de klacht van de patiënt. De arts moet ook een gevoel van veiligheid creëren en de patiënt echt zien, als mens. Het is de hele reis, vanaf het eerste contactmoment tot het moment dat je naar huis gaat. Er mag best meer zachtheid in de behandeling komen, zelfs een vleugje humor af en toe om het luchtig te houden. Het is belangrijk als de medisch professionals het belang inzien van een goede patiëntervaring als geheel, waardoor de patiënt met een beter gevoel het ziekenhuis verlaat.

    Lees het complete verhaal op Hart4onderzoek.nl